Gustav Mahler: Uit het leven gegrepen
Antwerp Symphony doet in volle lente onder leiding van Nuno Coelho en Osmo Vänskä een dubbele greep uit Gustav Mahlers oeuvre met uitvoeringen van de eerste en vijfde symfonie. Het Japanse NHK Symphony Orchestra dat prominent aanwezig is op het groots opgezette Mahler Festival in Amsterdam midden mei, staat ook in de reeks ‘Elisabeth Klassiek’ met de vierde symfonie.
In de uitermate Mahlervriendelijke akoestiek van de Koningin Elisabethzaal zal het publiek op enkele weken tijd dus tot drie keer toe diepe emoties en vele muzikale hoogtepunten uit de Mahlersymfonieën kunnen beleven.
Hemelse muziek
Ongeveer 125 jaar nadat dit oeuvre in dat bijzondere sfeertje van het fin de siècle ontstond, is de bewondering voor het oeuvre van Gustav Mahler terecht immens groot. Wie met een muziekhistorische blik de Mahlersymfonieën bestudeert, ziet hoe deze componist de symfonische erfenis van Beethoven, Schumann en Brahms een plaats gaf en zelf weer nieuwe horizonten opzocht. Zo slaagde hij er bijvoorbeeld in om klassieke vormen een eigentijdse dimensie te geven en om motieven en thema’s origineel te variëren (m.b.t. het eerste deel van de vierde symfonie noemde hij dat treffend ‘kaleidoscopische herwerkingen’). Met dezelfde blik op zijn muziek bewondert men ook Mahlers verruimde klankkleurenspectrum. Om in het tweede deel van dezelfde symfonie de sfeer ‘spukhaft schauerlich’ op te roepen laat hij de vier snaren van de viool één toon hoger stemmen. Zo laat hij magere Hein met krassende klanken zijn slachtoffers meelokken. En nu en dan gebruikt Mahler in zijn symfonieën vocale middelen en toont hij hoe efficiënt tekst en muziek elkaar kunnen versterken. Zo sluit hij de vierde symfonie af met het lied ‘Das himmlische Leben’. Daarin is er even opwinding wanneer een rund voor een hemels banket geslacht wordt (de hoorns maken het dierenleed hoorbaar). Tot slot zingt de sopraan dat er daar ook hemelse muziek weerklinkt ‘die niet met aardse muziek vergeleken kan worden’. Uiteraard zorgt Mahler ervoor dat die magische klanken toch uit het orkest kunnen opwellen!
— Gustav Mahler
Kolkende rivier
Naast die haast objectieve kwaliteiten van zijn muziek wordt de fascinatie voor zijn symfonieën ook aangevuurd door de interesse die Mahlers leven opwekt. Vele muziekliefhebbers kennen hem ondertussen als een workaholic met een groot hart voor de natuur, en met een grondige afkeer voor lawaai. Ook zijn carrière, vooral als dirigent aan de Weense Hofoper, is bekend, met de vele triomfen en ook enkele tegenslagen. En velen vingen ongetwijfeld ook wat op over Mahlers ooit zó verliefde, en later weer gebroken, hart. Vaak geeft dergelijke biografische achtergrond niet zoveel inzicht in de betekenis van de muziek van de betrokkene, maar bij Mahler lijkt de beloning op het eerste gezicht wel groot.
De componist leek de luisteraar daar aanvankelijk gelijk in te geven. In de zomer van 1893 toen hij aan zijn tweede symfonie werkte, tekende Natalie Bauer-Lechner volgende uitspraak van de componist op: “Mijn eerste twee symfonieën zijn een volledige weergave van de inhoud van mijn leven. Wat ik heb ervaren en ondergaan, heeft daarin zijn neerslag gevonden. Waarheid en fictie in tonen. Als iemand goed kan lezen, heeft hij inderdaad een inkijk in mijn leven. Bij mij zijn leven en scheppen zo met elkaar verbonden, dat ik niets meer tot stand zou kunnen brengen, als mijn leven vanaf nu rustig zou voortkabbelen als een landelijk beekje.” In 1902 werd dat beekje alvast een kolkende rivier toen zijn hart in vuur en vlam stond voor de 22-jarige Alma Schindler. Mahler componeerde het Adagietto, het langzame vierde deel uit de vijfde symfonie, als liefdesverklaring aan Alma. En ook daarna zou zijn leven hoegenaamd niet voortkabbelen, niet als componist-dirigent, en ook niet op het persoonlijke vlak. Denk daarbij maar aan het toenemende antisemitisme dat hij zou ervaren met zijn vertrek uit de Hofoper tot gevolg, zijn turbulente relatie met Alma die haar geluk bij Walter Gropius zocht, de plotse dood van hun dochtertje Maria Anna of Mahlers hartproblemen die in die periode zouden opduiken.
Levenservaring vereist!
Uiteraard moeten we niet al te letterlijk op zoek gaan naar deze gebeurtenissen in zijn muziek. Het idee om de luisteraar niet te veel bij het handje te nemen, is al vroeg ontstaan bij Mahler zelf. Bij de creatie van de eerste symfonie, die naar een roman van Jean Paul Friedrich Richter (1763-1825) ‘Titan’ genoemd werd, vatte hij nog het plan op om een begeleidende tekst te voorzien, maar enkele maanden later kwam hij hierop terug. De verbeelding liet hij dus liever vanuit de muziek bij de luisteraar ontstaan. Al krijgt wie Mahlers liederen kent hier en daar wel een subtiele hint. Als we het citaat uit Mahlers lied ‘Ging heut' morgen über’s Feld’ mogen geloven, schildert hij bij het begin van de eerste symfonie het ontwaken van de natuur. En uiteraard prikkelt de ironische mineurversie van ‘Broeder Jacob’ in de derde beweging van dezelfde symfonie onze fantasie. Maar hoe dan?
Toen Mahler in 1907 in Helsinki de Finse componist Jean Sibelius ontmoette, vertelde hij dat een symfonie ‘als de wereld’ moest zijn, en ‘alles moest omvatten’. Die omschrijving biedt misschien weinig houvast maar ze suggereert wel dat de Mahlerluisteraar op zoek mag gaan naar ervaringen, emoties en ideeën waarvan deze muziek een ruime waaier presenteert, van de meest triviale over sentimentele, fijnzinnige, ironische of groteske tot geniale en de allerhoogst verhevene. Ook 125 jaar later kunnen die door al wie het leven al in vele facetten mocht ervaren, herkend en beleefd worden.
tekst: Tom Eelen
-
vr 25.04.2520:00
-
vr 09.05.2520:00
-
za 10.05.2520:00
-
za 29.11.2520:00